Door: Bouke Janssen en Bert Reinders![]()
Zo’n 7.000 liefhebbers uit binnen en buitenland hebben in het Limburgse Ospel tijdens de 23e editie van Moulin Blues weer een flinke portie muziek, bier, zon en gezelligheid voor de kiezen gehad het afgelopen weekend. Vanaf vrijdagmiddag 17:00 tot ’s nachts 02:00 uur en vanaf zaterdagmiddag 12:00 tot ’s nachts 02:00 uur barste de tent bijna uit zijn voegen door de grote massa swingende en feestende bluesliefhebbers.
Rond half drie stappen we in Ospeldijk van ons stalen ros in
de hoop bij het cafe (naast het festivalterrein) nog een muzikale opwarmer aan
te treffen. Jammer maar helaas. Dit jaar geen livemuziek, maar gelukkig wel een
gezellig en redelijk gevuld café met genoeg ‘oude’ bekenden uit de bluesscene een
lekker stukje 12 maten gebeuk uit de cd-speler.
Voor de echte livemuziek zullen we dan toch moeten wachten
tot 17:00 uur op The Ray Collins Hot Club, dus na ons uurtje café verpozing
eerst maar even neuzen op het festivalterrein bij kunstenaar en naamgenoot Theo
Reijnders, die weer zijn allermooiste creaties in zijn kraam heeft uitgestald.
En ik ben reuze benieuwd of er nog een liefhebber met het prachtige doek van
Ana Popovic aan de haal is gegaan.
Om 17:00 is het dan eindelijk zover en na openingswoorden
van onder andere de Burgemeester van Nederweert en Gerry Jungen mag rond 17:15
uur letterlijk en figuurlijk worden afgeblazen.
Openingsact van deze editie van Moulin Blues, was de duitse
multi-instrumentalist Ray Collins met zijn Hot Club, een grote band met veel
blazers. Heerlijke swing, jump en rock & roll met hier en daar een
uitstapje, maar toch lekker traditioneel. Het bleek een prima opening van het
festival, want de al aardig gevulde tent kwam er swingend mee in de
bluesstemming en kon het allemaal prima verteren.
Ray Collins begon op gitaar, blies wat op een saxofoon en joeg de pianist voor een nummer van het podium om zijn plekkie in te pikken, terwijl hij ook overtuigend bleef zingen. In een aantal instrumentale nummers konden de diverse bandleden even hun muzikale kunnen tonen en ook daarin kwam het hoge niveau van deze Hot Club goed naar voren.
Vooraf was het optreden van de Lester Butler Tribute Band al
een van de verwachte hoogtepunten van Moulin Blues 2008. Tien jaar na Lester’s
tragische dood werd hij voor een volle tent in Ospel geëerd met de
dvd-presentatie van zijn laatste gig op Moulin Blues en een knallende tribute.
Zoals ik wel had verwacht duurt de werkelijke opkomst van mevrouw Taylor een eeuwigheid en moeten we het in eerste instantie een halfuur met haar begeleidingsband The Blues Machine doen. Lang geen slechte band overigens, maar op die overdreven Amerikaanse publieksopfokkerij zit ik in elk geval niet te wachten.
Als Koko de bühne opschuifelt wordt het al snel duidelijk
dat de geest nog wel wil, maar dat het oude lichaam het niet meer kan trekken.
Haar stem is overigens voor een 81-jarige oma bij vlagen niet slecht en weet ze
zelfs met Wang Dang Doodle de zaal nog naar een kookpunt te brengen. Koko’s
dochter verliest haar moeder geen seconde uit het oog en bij de eerste de beste
vermoeidheidsverschijnselen, verschijnt de struise dochter met een flesje water
of cola om moeders weer een beetje vocht toe te dienen. Af en toe is het lachwekkend,
aandoenlijk, zielig en gênant om Koko te zien instorten op haar stoel om enkele
tellen later weer met een brede en gemaakte glimlach het dol enthousiaste
publiek te bedienen. Koko is na 40 minuten eigenlijk volledig aan het eind van
haar latijn, maar had het liefst de hele zaal nog even een handje willen
schudden. We hebben haar nog een keer mogen zien en dat is kicken, maar Koko doet
er nu toch verstandig aan om het podium in te ruilen voor de bejaardensoos en
de boeken in te gaan als een groots en zeer gewaardeerde blueslegende.
Eén ding werd meteen duidelijk; zanger Hugh Coltman had de
afgelopen dagen stiekum zijn ADHD-pilletjes door de plee gespoeld. Wat een
energie stuiterde er over het podium! Vanaf de eerste noten stond de band er weer, alsof ze nooit weg zijn geweest.
Jon Amor is duidelijk enorm doorgegroeid in zijn solotijd na the Hoax.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor het zangwerk van Hugh Coltman. Veel soul in zijn
stem (netjes onderhouden in een Franse soul- en R&B-band en tijdens
sologigs) en hij had zich duidelijk van te voren ingenomen om maar eens te
knallen in Ospel. Gitarist Jesse Davey was ehhh… duidelijk hoorbaar en kon
makkelijk zonder de PA. Weinig veranderd dus want de man doet nog steeds geen
concessies aan zijn gitaartone en blijft de meest ‘in your face’-gitarist van
de band. Hoax-drummer Mark Barrett had een nieuw maatje in de ‘drive-train’ van
de band. Door privé-omstandigheden kan bassist Robin Davey de reünie-gigs niet
meespelen en zijn vervanger Tom Latham bleef in Ospel gepast op de achtergrond.
Machtig mooi om te zien dat de band meteen vanaf de eerste
gig in de serie al staat als een huis en in een dik uur een enorme feesttent
compleet plat weet te spelen. Dat belooft wat voor de afsluiter op Ribs en
Blues in Raalte (waar ik $#@@#$%&^ niet bij kan zijn)
Ondanks dat de wallen nog een flink stuk onder de zonnebril uitsteken en de voeten nog behoorlijk prikken van de vorige avond staan we om klokslag 12:00 uur weer voor het podium voor de lichamelijk zwaarste dag van Moulin Blues.
Louis van Empel duikt diep in de historie van de blues en combineert dat lekker met een eigen interpretatie. Hij is op dit festival in ieder geval degene die het dichtst bij de oerblues in de buurt komt. Maar een sprong naar moderner werk wordt niet geschuwd en de band komt er prima mee weg. Soepele bluesharp, rollende doghouse Bass en strakke drums hielpen Little Louis op zang en gitaar soepeltjes door de set heen. Het is misschien niet bijster origineel, maar hey, this is the blues man!
Nummer 2 deze middag zijn de uit San Diego afkomstige
rockers van Dirty Sweet. Deze jongens had ik twee dagen eerder op Koninginnedag
al gespot op Perron
Dat deze ruig-ogende heren een groter podium en een breder geluid prefereren boven een klein buitenpodiumpje zoals in Venlo, wordt bij de eerste noten al hoor- en zichtbaar. Met een behoorlijke brok energie wordt een flinke portie hard- en southernrock de zaal ingeslingerd en die gaat er bij het publiek in als zoete koek. Eigenlijk is de band een ruwe mengeling van The Black Crowes, Lynyrd Skynyrd, een vleugje Pearl Jam en zelfs een beetje Gun’s And Roses. Het optreden van deze band ontpopt zich met name door de goede zangkwaliteiten van Ryan Koontz tot een aangename verrassing op de vroege zaterdagmiddag.
De meest gewaagde act in de programmering van deze editie van Moulin Blues, is zonder meer de Belgische band The Rhythm Junks. De eerste nummers van de band van Steven De bruyn, enkele jaren geleden vooral bekend van zijn ook al niet erg standaard bluesband ‘El Fish’, worden door het publiek met gemengde gevoelens ontvangen. Mensen die bekend zijn met The Rhythm Junks genoten van meet af aan, maar de wat conservatievere bluesliefhebbers moesten zich toch echt even drie keer achter de oren krabben. Is het blues? Nee, niet in de meest pure vorm. Twaalf maten en drie akkoorden zijn aan deze Belgen niet besteed. Maar wat is het dan wel?
Je neemt de kop van een vis, het lijf van een leeuw en
monteert vervolgens de staart van een pauw. Het diertje dat je dan krijgt, daar
moet je even aan wennen, maar blijkt over een aantal gaven te beschikken.
Waaronder het vermogen om nieuwe, interessante muziek te maken. Kom daar maar
eens op, op een gemiddeld bluesfestival! De enige link met blues is eigenlijk
het bluesverleden van frontman De Bruyn, die de mondharmonica meesterlijk
beheerst. Op slinkse wijze mixt hij er hier en daar wat ‘blue notes’ doorheen
en gaandeweg de set krijgt de band grip op het publiek. Deze afwachtende
houding van de luisteraars krijgen ze vast vaker voor de kiezen en ze laten
zich dan ook totaal niet uit het veld slaan. Met veel enthousiasme, krachtige
blazers-arrangementen, originele samenzang en zonder een gitaar op het podium
wint de band nummer voor nummer vele zieltjes in het publiek. Voor een aantal
mensen blijft het te ver van de blues en daar is ook wel iets voor te zeggen.
Maar The Rhytm Junks hebben laten zien op een originele manier rootsmuziek bij
de kladden te kunnen pakken en er op geheel eigen wijze nieuwe muziek van te
maken. Eigenlijk jammer van de wat tamme toegift, die te veel blues was voor
deze club en daar waren andere bands deze dagen dan weer beter in…
Overal om me heen zie ik Katon T-shirts en mensen die zich
verheugen op een flink portie beulswerk from the man from Hell.
Persoonlijk heb ik niets met dit inhoudsloze gitaargerag en dito grafstem en zie ik in gedachten alleen maar een rood mannetje met hoorntjes en een drietandvork door de tent vliegen. Aangezien eten op Katon rijmt besluit ik na het eerste nummer van de band mij te storten op een portie bami en een broodje zoute vis. Met al die Katon fans voor het podium is het in de eetzaal in elk geval goed en rustig vertoeven.
Aanvalluh!! Dat leek de strijdkreet van de zes heren
Hackensaw Boys uit de States, die met volledige overgave hun up-tempo
spierballencountry de overdekte Ospeldijkese weide in knalde. Picture this: zet
een banjo, viool, draagbaar percussiebouwsel, staande bas, akoestische gitaar
en een mandoline met hun bespelers op een rijtje, zet er (speciaal voor
fotografen) een onmogelijke lading microfoonstandaards voor, tel heel snel tot
vier en ga op veilige afstand staan genieten van het muziekfeestje dat over je
heen komt…
Ook hier weer weinig blues, maar de opgewekte portie punkamericountry van deze Hackensaw Boys was een verademing na de overdosis snoeiharde bluesrock van de voorgaande act from Hell…
Zo troffen we in
willekeurige volgorde aan: Randy Chortkoff; Kid Ramos; Kirk Fletcher; Ronnie
James Weber; Richard Innes; Frank Goldwasser; Finis Tasby, Phillip Walker en
Bobby Jones.
Eigenlijk is alles
wat het negenkoppige team ons voorschotelt meer dan de moeite waard, maar het
gitaarspel van Kid Ramos maakt toch wel heel veel indruk.
Het optreden van
deze band was één van de vele hoogtepunten van Moulin Blues en een absolute
smulpartij voor de liefhebbers van Westcoast Blues. Helaas heb ik vanwege een
opkomende dip het optreden van dit gezelschap vanaf een tv-scherm gevolgd en
dus het mooie live sfeertje tijdens dit optreden moeten missen.
Na een flinke dosis
koffie en cola ben ik weer bij de pinken om Tommy Castro en zijn band te gaan
bewonderen. Op Castro’s komst heb ik me enorm verheugd. En gelukkig niet voor
niets, want Tommy ‘kunstgebitje’ Castro zet een ongelooflijk puike set neer, waarin hij
vooral laat horen over een ijzersterke strot te beschikken. Bovendien laat Castro
horen dat hij alle bluesstijlen tot in de perfectie beheerst en zelfs een
heerlijke dosis funk en jazz niet schuwt. Vooral de ritmesectie bestaande uit
drummer Chris Sandoval en bassist Scot Sutherland staat op een heerlijke manier
te stuwen. Wat strak! Ongelooflijk. Eigenlijk heel sober, maar o zo
doeltreffend. Supergaaf en met een uitgebreide ronde door de tent is het lange
optreden van Tommy Castro een hoogtepunt van de zaterdag.
Als extraatje kwam Big Blind-voorganger Wesley van Werkhoven
het trio voor een aantal nummers versterken op bluesharp. Deze jonge
zanger/harpist lijkt voor de duvel nog niet bang en kwam op het grote podium in
Ospel net zo overtuigend en enthousiast over als twee weken geleden in Café de
Witte Bal in Assen.
De Ian Siegal Band speelde geroutineerd en overtuigend. Veel
werk van hun laatste plaat ‘Swagger’ en in de afsluitende toegift zelfs een
eerste live-uitvoering van een nieuw nummer voor zijn nog op te nemen nieuwe cd
(in 2009). Misschien niet de beste show die ik van de band heb gezien, maar nog
steeds een waardige afsluiter van een mooi weekendje Moulin Blues!
Helaas was het voor
het grote fotografenleger deze editie behoorlijk behelpen zonder fotovak en was
het voor de schrijvende pers ook backstage een crime om met de artiesten in contact
te komen. Het zal zijn redenen wel hebben, maar het is jammer dat voor de
kleine wereld van bluesmedia de teugels steeds strakker aangetrokken worden.
Misschien kan de
organisatie ook eens zijn licht laten schijnen over het grote aantal minder
validen die jaarlijks het Limburgse bluesfestival bezoeken. Een fotovak voor
fotografen is wellicht een gunst maar een rolstoelplatform is voor de vele
minder validen toch zo langzamerhand een absolute must. Voor zo’n gerenommeerd festival
als Moulin Blues een kleine moeite lijkt me.
De foto's van zaterdag en de foto's van Bouke komen op een later tijdstip.






















