Door: Ton Kok
Zaterdag 8 juni was het weer tijd voor het jaarlijkse
bluesgebeuren in het centrum van Zoetermeer. Het weer was schitterend, dus ben
ik er met hooggespannen verwachting naartoe gegaan.
Eigenlijk is er hier sprake van drie festivals. Het
Stadshart heeft een volledig programma met hoofdpodium en diverse kleinere
podia en hetzelfde geldt voor het gebeuren rond de Dorpsstraat. Vervolgens is
er dan na afloop van het buitengebeuren een kroegentocht met eveneens een
sterke bezetting.
De aftrap is om 12.00 uur ’s middags en het gaat door tot in
de nachtelijke uurtjes. Een slijtageslag dus voor de bluesliefhebbers.
Omdat de programmering op beide hoofdpodia bijna synchroon
loopt en ze een aardig stukje uit elkaar liggen is het wel handig om van te
voren even een kleine planning te maken. Deze planning kon ik al snel overboord
gooien door uitlopende tijdschema’s en onverwachte gebeurtenissen als een volle
geheugenkaart voor de camera. Ik weet het, kwestie van voorbereiding.
Rond half twee arriveerde ik in Zoetermeer en de eerste band
die ik zag was de Little Louis Band. Louis van Empel begint inmiddels tot de
gevestigde orde te behoren, zowel solo als met band staat zijn authentieke
geluid als een huis. Omdat ik de heren recentelijk al aan het werk gezien had,
besloot ik om onder de klanken van ‘Parchman Farm’ even door te lopen naar het
volgende podium.
Daar was de Stefan Schill Band aan het werk. Stefan vierde
hier zijn negentiende verjaardag. Proficiat! Het was de eerste keer dat ik hen
aan het werk zag en ik moet zeggen, die jongens komen er wel. Goed
uitgebalanceerd geluid, eigen nummers, afgewisseld met werk van o.a. Jimi
Hendrix, SRV en Albert Collins. Nog een beetje rijpen en wat meer nuances in
het werk en het komt wel goed met deze mannen.
Hierna kwam de trein van de Boogie Man From Hell, Michael
Katon, langsdenderen. Anderhalf uur lang in hoog tempo, precies wat de fans van
hem verwachten ... a whole lotta Boogie! Na afloop namen Katon en zijn
begeleiders alle tijd om handtekeningen uit te delen, op de foto te gaan met
fans, complimentjes uitdelen aan de collega muzikanten etc. Hele sympathieke
mannen.
De grootste verrassing van de dag, voor mij althans, kwam
van de Reba Russell Band. Wat een power en soul heeft deze dame. Stevig werk,
afgewisseld met prachtige ballads, een strakke band, klasse. Hun optreden werd
afgesloten met de U2/B.B. King kraker ‘When Love Comes To Town’. Een band, die
ik graag wel weer snel terug zou willen zien. Sterke performance.
Op zoek naar een nieuwe geheugenkaart een stadswandeling
gemaakt, waarbij ik diverse bands aan het werk heb gezien. Ik ben wel even wat
langer stil blijven staan bij Cleanhead & Barefoot. John ‘Cleanhead’
Zwetsloot is een bluezikale duizendpoot. Boeker, promoter, muzikant in
verschillende bands als zanger, bassist, gitarist. Zwetsloot en Michael
Breukers, beiden voormalige Blues Disease muzikanten, wisten met hun zonnige
Zydeco, Blues, Country en Cajun klanken zelfs een passerend straatorkestje tot
stilstand te brengen om even te blijven staan luisteren. Heel mooi, mannen.
Dan nog klein stukje meegenomen van het Italiaanse Morblus.
Klonk goed, lekkere funky versie van ‘I’ve Got My Mojo Working’. Na Reba
Russell viel het gebrek aan interactie met het publiek nogal op. Toch verder
niets op aan te merken op deze mannen.
Weer naar het andere podium om Dani Wilde aan het werk te
zien. Nu had ik haar dit jaar al eerder aan het werk gezien met de Blues
Caravan, dit keer met haar eigen band. Schitterend, weer kippenvel bij het
nummer ‘I’m Going Down’ (niet het Freddie King nummer) en ook in de nummers
zonder de band, John Lee Hooker’s ‘I’m In The Mood’ en Shemekia Copeland’s
‘Ghetto Child’ blijft ze stevig overeind. Af en toe een beetje lispelend,
klinkt wel lief, maar heel overtuigend. Gezien het aantal CD’s dat ze na afloop
verkocht, was ik niet de enige die er zo over dacht. Een pareltje.
Dan tijd voor Julian Sas, een beetje de traditionele
afsluiter op dit podium. Gezien de toestroom van het publiek kan met er hier
maar geen genoeg van krijgen. Het trio Sas, Tahamata en Heyne is in Nederland
een vaste waarde. Je weet precies wat je van de heren kan verwachten, de verrassing
is er een beetje vanaf, maar ze doen wel gewoon elke keer wat er van ze
verwacht wordt en aan de reacties van het publiek te oordelen, mogen ze hier
nog wel een tijdje mee doorgaan. De laatste keer dat ik Julian aan het werk
gezien had was het laatste optreden met de vorige band in Culemborg, enkele
jaren terug en hij had nog niets aan kracht ingeboet. Ik heb het niet helemaal
uitgekeken, maar dat maak ik in Culemborg dit jaar wel weer goed.
Dan voor de laatste maal terug naar het Stadshart. Nog een
klein stukje van de Fake Brothers gezien, klonk degelijk, maar kan met
anderhalf nummer niet echt een oordeel over vellen. De heren vertrokken
overigens niet zonder een toegift.
Als afsluiting stond hier een stukje echte Chicago blues
geprogrammeerd, weliswaar met grote Hollandse inbreng. Hein Meyer met zijn
Little Boogie Boy Bluesband namen de eerste drie nummers voor hun rekening,
voordat ex- Muddy Waters en Magic Slim & the Teardrops gitarist John Primer
(foto) zich bij hen voegde. Lekkere twaalf maten blues, goed gebracht, respect voor
elkaar hebbende muzikanten, die elkaar alle ruimte gaven voor solo’s. Ook hier
een vol plein. Een waardige afsluiter. Ook nog een eervolle vermelding voor
harmonica speler Bart Landstra, een prima aanvulling voor deze band.
Inmiddels was het ongeveer kwart voor tien en begon ik
afwisseld last te krijgen van volledig gevoelloze voeten en hevige
krampverschijnselen. Toen de heren begonnen aan ‘Mannish Boy’ vind ik het tijd
om terug naar huis te gaan. Op weg naar de parkeergarage zag ik nog een paar
andere twaalf maten specialisten. De heren van de Twelve Bar Blues Band zaten
lekker op een terrasje van John Primer te genieten, alvorens ze later op de
avond zelf nog aan het werk moesten. Een bijzonder aangename voorbereiding, lijkt
me.
Kortom, het festival voldeed aan alle verwachtingen en we
kijken nu al weer uit naar volgend jaar. Dan wellicht een fiets meenemen, om me
tussen de beide hoofdpodia te verplaatsen, zoals ik de in bluesland alom
bekende Jan Pet zag doen.
Voor de liefhebbers: van het optreden van John Primer & the Little Boogie Boy Bluesband staan inmiddels 11 filmpjes op youtube.
Geplaatst door: Ton Kok | woensdag 11 juni 2008 om 09:38