Foto's: Bert Reinders
Wat mij
als eerste opviel bij mijn aankomst op de locatie in Schijndel was de
vriendelijkheid en gemoedelijkheid bij de mensen daar. Gezellig, kleinschalig,
twee kroegen, met elkaar verbonden door een rokerstunnel.
Het meeste deel van de
tijd heb ik doorgebracht in café de Hopbel, voorzien van twee podia.
Terwijl de
ene band stond te spelen, was de andere aan het opbouwen, waardoor de pauzes
tussen de verschillende optredens beperkt bleven. Verder allemaal zeer relaxed,
geen strak tijdschema, waardoor een ieder zonder te haasten zijn set kon
afmaken en er tevens nog een extra nummertje achteraan kon gooien.
Even na acht uur werd het
spits afgebeten door Ed & the Hot
Burritos. Deze Belgen spelen pretentieloze rechttoe rechtaan blues en
gingen er vanaf de start in hoog tempo tegenaan. Even leek het of ze na een
minuut of twintig al hun kruit hadden verschoten en waren de Burritos blijkbaar
wat afgekoeld, maar voor de finale waren ze toch weer behoorlijk op temperatuur.
Frontman Ed Desmul is normaal gesproken te horen als zanger, harmonicaspeler en
gitarist, maar wegens een gespalkte pink konden de snaren niet beroerd worden.
Verder fraai gitaarwerk van Erik Schoepen en ondersteund door Geert de Boever
op drums en Patrick de Neve op bas was dit een lekkere opener.
Heel benieuwd was ik naar
de Low Budget Blue Band, afkomstig
uit de hogere regionen van het land. Ik had al de nodige lovende verhalen over
hen gehoord en was dan ook zeer benieuwd of ze dat zouden kunnen waarmaken. En
ze stelden niet teleur. Onder leiding van de energieke zanger/gitarist Bouke
Janssen en strak ondersteund door Albert-Jan Koops op bas, Koert Verlind op
drums en Wiko Veenvliet op toetsen, speelde dit vriendenclubje een lekkere set
met nummers van hun favoriete artiesten als Ian Siegal, Matt Schofield, Albert
Collins etc.
Hoogtepunt vond ik
persoonlijk “Hit So Hard” van ex-Hoax gitarist Jon Amor. Eigenlijk had ik nooit
veel aandacht besteed aan het solowerk van deze man, maar dankzij de LBBB heeft
hij nu mijn aandacht. Hopelijk komen deze jongen het komende jaar wat vaker
richting Randstad.
De derde band in deze zaal
was Mc’Blues, bestaande uit Mark
Wenners op gitaar, Rik de Gier, zang en bluesharp, Henk Raven, drums en zang,
en Ton de Jong op bas. Qua bezetting en stijl was het ongeveer hetzelfde als de
eerste band van de avond. Het eerste kwartier had ik mijn bedenkingen, het
geluid was niet geweldig en het liep naar mijn mening niet helemaal gladjes,
maar toen de jongens eenmaal warmgedraaid waren kwam het toch nog goed. Ook
hier een lekker setje, met de nodige dansers op de vloer. Na de afsluiter
‘Route 66’ konden we ons gaan opmaken voor de finale.
Het geluid was deze avond
niet altijd even optimaal, bij de eerste band kwam de drums erg dominant door,
bij de LBBB begonnen met name de keyboardsolo’s wat te zacht en ook bij
Mc’Blues was het zeker ik het begin niet optimaal.
Bij jongens van Big Blind, de afsluitende band in deze
zaal, was het echter helemaal in orde.
Ze zorgden nog wel voor de nodige paniek bij de
organisatie. De band was er nog niet, niet te bereiken ook en op hun website
stond dit optreden niet vermeld. Snel werden de nodige mensen gepolst voor een
plaatsvervangende jamsessie, maar dit bleek niet nodig te zijn. De band arriveerde
alsnog, de jongens zetten op hun gemak de apparatuur neer, deden een korte
soundcheck en waren er helemaal klaar voor. Ik had ze dit jaar al een paar keer
gezien en was er niet helemaal van overtuigd of ze mij op een dergelijk laat
tijdstip ook nog zouden kunnen boeien, maar vanaf de opener ‘Ease My Mind’
hadden ze mijn volledige aandacht en wisten die ruim anderhalf uur vast te
houden. Nummer van hun CD ‘Dressed To Win’, afgewisseld met nummers van hun
favoriete bands als The Hoax en The Red Devils, maar ook van de Nederlandse
Strikes: ‘Crack Smokin’ Woman’ (met het van Memphis Slim geleende en aan de
huidige tijd aangepaste refrein van ‘Beer Drinkin’ Woman’). Wesley van
Werkhoven (zang/bluesharp), J.J. van Duyn op gitaar, Dirk van Duijn op bas en
drummer Niels Duindam brachten High Energy-blues met af en toe een rustpuntje.
En alsof het allemaal nog niet genoeg was kwam Jeremy Aussems ook nog even
inpluggen om zijn niet geringe kunsten te vertonen. Veel gitaarvuurwerk. Lester
Butler’s ‘Automatic’ duurde ongeveer een kwartier, waarvan ruim tien minuten
bestond uit de gitaarduellen tussen J.J. en Jeremy. Grandioos.












Tekst: Ton Kok










