Teksten: Bouke Janssen (gele tekst) en Bert Reinders (witte tekst)
Foto's + fotoalbum: Bert Reinders (de foto's van Bouke volgen op later tijdstip)
De meivakantie staat voor bluesman.nl de laatste jaren in het teken van het versterken van familiebanden.
Dat houdt in: campinkje boeken in het zuiden des lands en gezamenlijk met vrouw, kroost en aanhang er even een paar daagjes lekker tussenuit om te ontspannen op een boerencamping onder de Limburgse lucht met vlaai en asperges.
Uiteraard blijft bluesman’s linkeroog altijd gericht op de concert- en festivalagenda en zo wil het ‘toeval’ dat er in de buurt een tweedaags bluesfestival gepland staat.
Met andere woorden: extra tent mee, de foto-uitrusting oppoetsen en met een paar oude blubber-proof kleren richting Moulin Blues.
Terwijl mijn familie op vrijdagmiddag de tijd in het Weertse zwembad
doorbrengt, zit ik al ongeduldig op mijn bluesmaat Bouke te wachten,
die na een welverdiende trip in Brabant zijn familie bij het station in
Den Bosch heeft afgeleverd.
Helaas heeft Janssen zich met z’n busje niet kunnen ontworstelen aan de
fuik bij Eindhoven, maar gelukkig zijn we ruim op tijd om relaxt het
bluesman.nl-kamp op te slaan op de camping van het festivalterrein.
Gewapend met tentjes, slaapzak en aanverwanten vinden we al snel een
geschikte plek op het megaterrein op een paar honderd meter van de
place-to-be.
Normaal gesproken drinken we altijd een klein beetje in bij het
gezellige kroegje naast het festivalterrein, maar tot onze grote schrik
is het fraaie dorstlessershuisje omgetoverd van café tot
hondentrimsalon.
Da’s een flinke streep door de rekening en aangezien Janssen alleen een
voorraad nadorst-appelsap in de tas heeft gestopt en ik zelf alleen ben
voorzien van anti-dipdrankjes, begint ons weekendje uit al met een
behoorlijke valse start.
Gelukkig hebben we onze tentjes op de juiste plek neergezet, want naast
ons treffen we een paar bijzonder ‘friendelijke friese frienden’ die
ons in rap tempo over de eerste dorst heen helpen.
Inmiddels is het 16:30 en wordt het dus de hoogste tijd om ons bij de organisatie te melden en de broodnodige pers- en fotopassen te scoren.
Op ‘Student Stage’ (het buitenpodium) knallen de jonge gasten van De Wolff al door de speakers en binnen een minuut ben ik m’n maatje Bouke al kwijt, die met z’n cameratoeter aan het oog al bij het podium blijkt te staan.
Zelf eerst maar eens even een paar oude bekenden opzoeken en dat wordt de laatste jaren steeds minder moeilijk, want al slenterend over het festivalterrein wordt het al weer snel duidelijk dat de blueswereld niet zo groot is en een groot deel van de aanwezigen treffen we elke maand wel een keer in het land.
Als rond 17:00 uur het festival officieel wordt geopend en we door presentator Gerry Jungen nog even op vakkundige wijze op het rookverbod worden gewezen is het dan tijd voor de eerste band van de vrijdagavond, namelijk de pupillen van Hans Broere: Hokie Joint.
Als nieuwkomer een groot festival openen kan een lastig klusje zijn en Coolbuzz-act 'Hokie Joint' uit de UK, komt dan ook merkbaar stroef op gang. De muziek is goed, de muzikanten spelen prima, maar het vuur moet nog wat worden aangewakkerd. En als er nog geen vuur is bij de band, duurt het ook even voordat de vonk het publiek bereikt. Nummers van de prima cd 'The way it goes ... sometimes' worden met verve gespeeld, maar bij een liveshow hoop je toch op wat extra's ten opzichte van een studioplaat. Het mag zogezegd iets meer spetteren allemaal. Gelukkig komt het halverwege de set allemaal nog goed (zenuwen verdwenen?) en kunnen de mannen na een verdiende toegift toch met opgeheven hoofd en uitgelopen mascara het podium verlaten. Donkere blues met een frisse insteek, tof bandje!
Nummertje twee op het lijstje is de Chris Bergson band uit Amerika en ik vind het wel weer eens gaaf om een band te horen waar ik nog nooit van gehoord heb. Bergson schijnt met zijn laatste album ‘Fall Changes’ uitstekend gescoord te hebben, want het schijfje is in Engeland door het britse blad ‘Mojo’ zelfs als cd van 2008 verkozen.
Als ik de stem van de man hoor lijkt het net of we een jaar terug in de tijd gaan, want de donkere lijzige neusklanken doen ongelooflijk veel denken aan de 2e band op Moulin Blues 2008, namelijk die van Seth Walker.
Walker bediende zich dan hoofdzakelijk tot huiskamerblues, maar Bergson doet dat in elk geval niet. Ondanks dat het gezelschap visueel niet staat te spetteren, heeft de mix van blues, country, folk, funk, soul en jazz wel degelijk ballen. Erg fijn om naar te luisteren en een goede reden om de cd van deze mannen eens te gaan scoren.
Nummertje drie: soultime in de grote tent! Engelsman James Hunter en zijn band spelen geen pure blues, maar soul en blues liggen hier dusdanig dicht bij elkaar, dat het voor de gemiddelde toehoorder in Ospel prima vertoeven is bij deze muziek. Rockers is het allemaal niet pittig genoeg en voor de puristen te ver van de heilige huisjes, maar who cares; hier wordt ouderwets lekkere soulmuziek de tent in geslingerd en de band doet dat in stijl. De guitige Hunter met zijn erg flexibele stem straalt spelplezier uit en grapt er flink op los. Ondertussen speelt hij nog even flink met de overijverige cameraman op het podium, die meent bij alle muzikanten van alle bands de grote camera letterlijk in de neus te moeten steken. Huh?!? Zoomlens?!? Wasda?!? Vriendelijke James kan er wel om lachen en regisseert de camerameneer van solo naar solo. Na een dikke set mogen Hunter en kornuiten uiteraard het podium niet verlaten van ceremoniemeester Gerry Jungen voordat ze de tent hebben getrakteerd op een lekkere toegift. Heerlijke band voor afwisseling, maar na een dik uur is het toch echt weer tijd voor de blues...
En wat voor blues! Watermelon Slim & The Workers. De man kennen we uiteraard van zijn zes cd’s, maar live op het podium is het dan ook voor ons de allereerste keer dat we de man uit Oklahoma mogen bewonderen. Wat een guitig menneke en wat een oerlelijke kop zit er op! Geweldig! Achter de schermen heeft de ogenschijnlijk vriendelijke en voormalig truckdriver zojuist al een aantal onvergetelijke interviews afgehandeld met de mannen van BluesMoose Radio en Nico ‘Bluezy’ Bravenboer, maar good old Bill grapt er op het podium ook nog steeds lustig op los. Slim heeft duidelijk zin in een leuk avondje en bij de eerste noten heeft hij het massale publiek al om zijn vingers gewonden. Muzikaal is het allemaal niet zo ingewikkeld en is Slim niet de beste harp- en slidespeler die ik gehoord heb. Toch knauwt, grapt en grolt hij alles vakkundig aan elkaar vast, waarbij hij het tempo lekker hoog houdt! Dit is blues waar het publiek voor komt. Recht door zee en straight from the heart. Topgig!!!
Bij de backstage-ingang van het festivalterrein, ontdekken we 's middags al twee hele grote VIP-coaches (lees: iets te luxe, grote, glimmende touringcars met gesloten gordijntjes) met grote aanhangers erachter. Van wie zouden die toch zijn? Zulke grote namen staan er nou ook weer niet op het Ospelse affiche. Joe Bonamassa, met zo'n 22 mannetjes/vrouwtjes aan personeel, trapt zijn tour met de nieuwe, grote band af op Moulin Blues. Bij Bonamassa hink ik persoonlijk altijd een beetje op twee gedachten. Het heerschap kan soepeltjes gitaarspelen en heeft, zeker in zijn beginperiode, leuke dingen laten zien. Nadat hij mij een aantal jaar geleden in de Oosterpoort in Groningen hoogstpersoonlijk de zaal uit heeft gespeeld (loeihard; ik heb altijd doppies in de oren, maar zelfs dat hielp niet), ben ik nu toch wel weer behoorlijk nieuwsgierig naar de huidige Joe. De recensies van zijn meest recente cd 'The ballad of John Henry' zijn over het algemeen vrij lovend en een portie luid gitaarwerk is wel weer eens op z'n plaats, dunkt me.
Bij binnenkomst in de grote tent ontwaren we de complete backline van Bonamassa en aanhang al speelklaar op het podium. Op zich niet zo'n probleem dat een band goed voorbereid aan een gig wil beginnen, maar wel wat lullig voor de collega-bands die het daardoor met een half podium moeten stellen. Gelukkig heeft Joe maar twee drummers met grote drumkits meegesleept dus het valt allemaal wel wat mee...
Als afsluiter van de vrijdag speelt dus Joe Bonamassa met zijn bigband. Nadat Watermelon Slim het podium heeft verlaten, ontdoet de roadcrew van Bonamassa systematisch het grote podium van allerhande lastig Moulin Blues-personeel. De geluidscrew kan opzouten; hebben ze zelf, inclusief eigen monitorinstallatie. Ceremoniemeester Jungen kan opzouten; Joe spreekt wel voor zichzelf. Cameraman kan opzouten; daar kunnen we nog iets bij voorstellen. Er lopen louter nog Bonamannetjes druk te doen. Maar eerlijk is eerlijk; het podium ziet er nu strak en opgeruimd uit. Met een mooie grote Hammond op een eigen podium, twee grote drumkits, Joe's (mooie!!) gitaarspeelgoed prominent in het midden tussen het slagwerk, stevige bass-installatie en een podium voor de drie blazers. En uiteraard naast het speelvlak een 384-kanaals mengtafel om het podiumgeluid in goede banen te leiden. De show kan beginnen!
Joe komt in een strak pak en zijn inmiddels onafscheidelijke zonnebril. Cool. En spelen meneer! Want met snaren kan hij wel omgaan. Bak herrie in de zaal, maar strak voor het podium is het heel acceptabel. Nummers van zijn laatste cd passeren de revue, evenals wat oudere tracks. Het klinkt allemaal strak, dik en... behoorlijk Amerikaans. Past wel bij het plaatje eigenlijk; kauwgom kauwende bassist, elk nummer een nieuwe gitaar, duidelijk aanwezige tourmanager en twee beukende drummers. Eentje kan wel de bussen gaan wassen, want beiden doen exact hetzelfde. 't Is even leuk, dat bombastische, maar na twee nummers is de lol daar wel van af. De stem is niet indrukwekkend (dunne hoge piepjes hier en daar) en erg veel blues komt er ook al niet van het podium. Joe stuurt met zijn sound, nummers en uitstraling duidelijk aan op een carrière in de grotere stadions en dan niet meer als voorprogramma. Op zich niks mis mee, maar het circus er omheen is iets waar de gemiddelde bluesliefhebber gezien de vele reacties na afloop niet echt op zit te wachten. Toch speelt Joe een behoorlijke gig voor een enthousiaste menigte. Het klopt allemaal, het klinkt strak en groots en de massa gaat uit zijn dak. En hij weet me te imponeren met zijn akoestische intermezzo's, maar heel interessant ga ik het verder niet noemen. Ik mis wat ……… ehhh... blues misschien?
Na afloop hink ik nog steeds op twee gedachten. Uiteraard is het te gek dat een bluesartiest door kan groeien naar het grote publiek, groot wil gaan denken en een lekkere show op zijn tijd kan ik echt wel aan. Alleen kun je de pure blues niet naar de het hele grote publiek brengen en zul je dus behoorlijke concessies moeten doen aan die blues. Voor mij scheiden daar onze wegen. Geef mij dan maar de meer integere acts die gevoelsmatig en muzikaal veel meer te bieden hebben.
Genoeg over Joe nu, de vrijdag is spectaculair afgesloten en de zaterdag van Moulin Blues belooft een aangename maar erg lange dag te worden.
Wordt vervolgd later vandaag:






















