De Helling Utrecht (1 december 2009)
Tekst en foto's: Bert Lek
Fotoalbum: Hokie Joint/Ian Siegal
Hokie Joint opent het dubbel concert, zoals Ian Siegal het later noemt. In driekwartier laten ze zeven stukken horen, waarvan ik het gevoelige “Jackie Boy” tot het mooiste van de set bestempel.
De vijf heren uit Engeland zie ik dit voorjaar voor het eerst tijdens het Moulin Blues festival. Daar maken ze op mij weinig indruk ondanks de podiumact. Zelfs drummer Stephen Cupsey Cutmore, die als “twee druppels water” op Keith Richard lijkt, is mij daar niet opgevallen. Hij drumt heel apart. Hij houdt zijn drumstokken vast als een jazz drummer en gebruikt daarom ook erg vaak zijn “vegers”.
Zanger JoJo Burgess maakt zich nog steeds op en is “vergeten” zijn
overhemd aan te trekken. Met allerlei spastische bewegingen probeert
hij de meeste aandacht te trekken. Maar de rest beweegt zich genoeg om
niet uit de toon te vallen. Het moet gezegd worden, hier in de Helling
komen ze veel meer tot hun recht dan op een groot podium in een tent.
De tijd vliegt voorbij en dat zegt genoeg over hun onderhoudend
optreden.
Waarschijnlijk zullen veel mensen gedubd hebben om naar het concert van Ian Siegal te gaan. Op de verschillende blues sites staat, dat hij zijn duim heeft gebroken. Daardoor kan hij de komende tijd geen gitaar spelen. Dat is toch naast zijn stem het belangrijkste wapen, waarmee hij iedere keer weer zijn fans weet te veroveren.
Echter voor deze korte tournee door België en Nederland vindt hij in Dusty Ciggaar (19) een waardige vervanger. (Hoewel deze geen slide gitaar speelt.)
Zonder te oefenen gaan ze op pad. Voor Dusty is dit geen probleem. Afgezien van de nummers van de nieuwe cd “Broadside” o.a. “Little Paranoia”en “King Dome Come”, brengt Ian werk van zijn oude albums. Aangezien Dusty’s band The Rhythm Chiefs in het verleden het voorprogramma van Ian Siegal verzorgd heeft, is hij redelijk bekend met Ian’s repertoire.
De breaks in de nummers vult Dusty in met zijn eigen licks, die hij haalt uit zijn Anderson versterker. Van blues, country tot rock & roll, het maakt de jongeling niets uit. Het gaat allemaal even soepel tot groot genoegen van een bijna volle zaal van 300 man, die hem iedere keer met veel applaus beloont. Hier aardig wat jong volk. Waarvan een kleine groep, korpsballen, de zaak probeert te verzieken door steeds om Howlin’ Wolf te roepen.
Wat zeg ik, het zou een geweldige aanwinst voor de band zijn als Dusty vaste kracht wordt!, Tijdens het concert krijgt hij mening maal van Ian Siegal, bassist Andy Graham een goedkeurend knikje. Van beide heren gaat de duim omhoog. Ciggaar krijgt met de goede hand van Ian een stomp op zijn schouder. Ian vindt hem ongelofelijk goed spelen, zelfs beter dan hijzelf. Ian moedigt hem dan ook aan om Dusty’s gitaarsolo verder uit te bouwen.
Daardoor wordt deze bijna overmoedig door aan Ian aan te geven, dat hij zijn gitaarsolo lang genoeg vindt en Ian maar weer eens moet gaan zingen.
Na afloop van het concert krijgt Dusty van drummer Nikolaj Bjerre als dank een ferme klap op zijn schouder.
Ik zou bijna helemaal vergeten nog iets over de hoofdpersoon van de avond te vertellen.
Strompelend met stok en met zijn omgeslagen jasje van slangenleer komt Ian het podium op. Je zou bijna zeggen, Willie Deville is dood, leve Ian Siegal. Zoveel hebben ze nu gemeen. Niet meteen in het eerste stuk, “Hey Bo Diddley” een ode aan de vorig jaar overleden koning van de jungle beat. Maar verder op in de set met “Carmelita”.
Gelukkig heeft de stem van brekebeen Ian Siegal niet onder de breuken geleden. Net zo makkelijk hoor je invloeden terug van James Brown of Tom Waits om er maar een paar te noemen. De toegift wordt gekscherend opgedragen aan Dusty Ciggaar, die houdt volgens Ian van rock & roll houdt. Ian start met Sam Cooke’s “A Change Is Gonna Come” om vervolgens los te gaan in het gospel nummer “We Shall Not be Moved”, “Freight Train” en “That's All right Mama”.
Na twee uur is het voorbij. De fles witte wijn is leeg en Ian snakt naar een sigaret. Hij wil de volgende ochtend naar zijn arm laten kijken in een Nederlands ziekenhuis. Want in Engeland maken ze er volgens hem een potje van.






















