
Tekst: Ton Kok
Foto's: Bert Reinders
Fotoalbum: Leerdam
De kop is er weer vanaf, het festivalseizoen is geopend en zeker in muzikaal opzicht was het een vliegende start. Vele jaren lang op de laatste zaterdag van februari, tegenwoordig op de eerste zaterdag in maart het jaarlijkse bluesfestival in Het Dak te Leerdam, dit jaar de 21e editie.
Ian Siegal was op zaterdag middag nog even van plan een dutje te doen in het Leerdamse Hotel Lucullus. Zijn voornemen werd op ruwe wijze verstoord, want traditiegetrouw was de start van het dagje blues in Leerdam in het Grand Café van het hotel, dit jaar verrichtte Black Top de aftrap. Er restte de Brit niet anders, dan ook maar een kijkje te gaan nemen bij het trio beneden.
Een stevig begin dus door het trio Mick Hup (gitaar/zang), Anne-Maarten van Heuvelen (bas/ zang) en Theo ‘Thumper’ Outhuyse (drums). Veel covers, met tussendoor ook het nodige eigen werk van hun CD ‘Rough ‘n’ Gritty’. Met combinatie van uitstraling, spelplezier en muzikaal vakmanschap was dit de ideale opwarmer voor het avondgebeuren.
De eerste, die we bij aankomst bij het dak tegenkwamen, was wederom Ian Siegal, die buiten in de kou een sigaretje stond weg te werken. ‘This is supposed to be a civilized country’, waren zijn woorden, die zijn afkeer voor het rookverbod duidelijk maakten.
Het programma was als vanouds opgebouwd met negen acts, verspreid over drie zalen, met anderhalf uur speeltijd voor elke act. Voordeel: er is altijd wel iets naar eigen smaak te horen, nadeel: soms is het wel eens lastig kiezen, zoals eigenlijk ook deze avond. Er was door de organisatoren weer een solide programma samengesteld, zonder zwakke plekken en achteraf kan ik vaststellen dat niemand teleur stelde.
In de kleinste zaal, omgedoopt tot Memphis zaal, waren twee top zanger/gitarist/songwriters geprogrammeerd. Als eerste trad daar op veteraan Michael de Jong, die inmiddels zo’n beetje tot het meubilair behoort. Doorleefde stem, intens en vol passie bracht hij zijn werk en elke keer krijg ik weer kippenvel, als ik deze man hoor en zie.
Als volgende trad op Ralph de Jongh, vergeleken met zijn voorganger een newcomer, maar ook hij heeft de laatste jaren een gedegen reputatie weten op te bouwen. Even intens en gepassioneerd als Michael, ook volledig opgaand in zijn muziek. Hij past zijn setlist aan, aan de gelegenheid, dus hier veel blues en rock klassiekers, afgewisseld met wat eigen werk. Regelmatig wisselend tussen akoestische en elektrische gitaar, soms ingetogen, soms ruig slide scheurwerk. Ralph was wat rustiger dan bij andere optredens die ik van hem gezien heb, maar weer grote klasse
Ten slotte het trio Louisiana Men, onder aanvoering van een andere Leerdam veteraan, Hans ‘Homesick’ de Vries. Zydeco, blues, soul en zelfs een vleugje hip hop zorgden hier voor een gezellig afsluitend feestje.
In de St.Louis Zaal ging het er wel wat ruiger aan toe. Ik moet bekennen, dat ik hier wel de minste tijd heb doorgebracht. Voornaamste reden hiervoor dat ik alle drie de bands hier het afgelopen jaar meerdere keren een het werk heb gezien: Fried Bourbon uit België plus de Nederlandse bands Big Blind en Bas Paardekooper & the Blew Crue.
Fried Bourbon trad aan met een nieuwe ritmesectie, maar wat betreft het geluid maakte dat niet uit. Met zanger Steven Torch en gitarist Tim Ielegems in de spits zetten de mannen een heerlijk authentiek geluid neer. Prima opener met een wellicht nog beter vervolg met Big Blind. Had collega Bouke pas een wat minder optreden van de heren meegemaakt, in Leerdam hadden ze oude vorm weer te pakken. Altijd weer dat fantastische gitaargeluid van J.J. van Duijn en natuurlijk de energieke frontman Wesley van Werkhoven (zang en bluesharp), die zich hardop afvroeg wat men hier in de zaal deed, omdat Ian Siegal op hetzelfde moment in de grote zaal aan het werk was. Geen gastoptreden van Wesley bij Ian dus dit keer.
Bas Paardenkoper met zijn Blew Crue zorgde er tot slot voor dat de Trout/Bonamassa/ Hendrix-fans volop aan hun trekken kwamen met een heftige, gedegen set.
In de grote zaal, de Chicago Zaal, trad als eerste Boyd Small aan met zijn band, voor de gelegenheid weer eens versterkt met Marc Tee (gitaar/zang). Allemaal mannen die nauwelijks een steekje laten vallen en die een degelijk stukje blues ten gehore brengen. Een prima start.
Drummer Boyd Small nam het merendeel van de zang voor zijn rekening, maar ook bassist Ronald de Jong en Marc Tee deden in enkele nummers de leadvocalen, terwijl Roelof Meijeringh en Marc de gitaarsolo’s afwisselden. De Belg staat het grootste deel van de show vrijwel onbeweeglijk op het podium, maar als de vingers de snaren beroeren … kippenvel. Enig minpuntje, of een gegeven moment werd het repertoire een beetje voorstelbaar, up tempo, slow, up tempo, slow etc. Dat deed overigens aan de kwaliteit van het gebodene niets af.
Wat nog te zeggen over Ian Siegal? De man blijft fascineren en hoewel de onvoorspelbaarheid wat minder wordt, naar mate je hem vaker ziet, hij weet je elke keer toch weer van begin tot eind te boeien. Bij zijn laatste toertje door Nederland, moest hij door een blessure aan zijn hand voor het gitaarspel een vervanger inhuren. Dat werd Rhythm Chiefs voorman Dusty Ciggaar. Ian kon de gitaar nu weer zelf bespelen, maar de Dordtenaar ontbrak toch niet en kreeg als special guest ook hier de kans zijn talenten te tonen en het was alsof hij avond aan avond met de Ian Siegal Band op het podium stond. Natuurlijk mogen bassist Andy Graham en drummer Nikolaj Bjere niet onvermeld blijven. Vorig jaar moest Siegal, ondanks eerdere toezeggingen, verstek laten gaan. Na dit optreden is het hem volledig vergeven.
Afsluiters van het festival waren Big Pete & the Backbones featuring Alex Schultz. Voor Big Pete (uit het aangrenzende Heukelum) bijna een thuiswedstrijd, voor Schultz (Californië) iets verder rijden.
Ook deze mannen wisten met hun blues en soul de hoge kwaliteit te waarborgen. Bij Big Pieter van der Pluijm moet ik altijd direct denken aan een stevig volume, maar dat was hier dik in orde. Stevig, maar helder. Toch jammer dat zo halverwege hun set een aantal mensen zo langzaam maar zeker richting de garderobe begonnen af te zakken. Maar ik moet zeggen, zelfs de meeste doorgewinterde bluesliefhebber is om twee uur ’s nacht wel een beetje plat gespeeld.
Geen zwakke plekken in het programma, negen top acts voor een voorverkoopprijs van EUR 25,-- per kaartje is zonder meer een goede deal. Alle performers voldeden ruimschoots aan de verwachtingen, toch was het bezoekers aantal tussen de 700 en 800 weer wat lager dan bij de vorige editie. Laten we maar hopen dat met het aantrekken van de economie ook het festivalbezoek weer aantrekt en dat de teruggang aan de recessie te wijten is. Wellicht dat de bluesliefhebber, die in maart en begin april toch wel erg verwend wordt met een groot aantal festivals, gedwongen wordt om dit jaar zo af en toe wat over te slaan. Ook bij enkele andere festivals gaat de voorverkoop wat minder hard als in de voorgaande jaren.
Nu heeft de blues wel wat meer pieken en dalen meegemaakt en is er gelukkig voldoende kwaliteit en talent voor handen om een sterke line up neer te zetten, zoals de organisatoren van Blues 2010 weer hebben bewezen.






















