Teksten: Bouke Janssen (gele tekst) en Bert Reinders (witte tekst)
Fotoalbum: Moulin Blues Ospel
Als 25-jarig jubilaris van het grootse Moulin Blues wil je natuurlijk eens eventjes lekker uitpakken. Je zorgt voor een goede en gevarieerde line-up. Je haalt na zes jaar de kleinere intieme tent weer van stal en uiteraard hoop je op een flinke portie zonnestralen met aangename temperaturen om je feestje te completeren.
Helaas, Jupiter had lak aan de jubilarissen en had al ruim van te voren zijn middelvinger naar Ospel en omgeving opgestoken.
De aankomst op het grote festivalterrein geeft dan ook een beetje een treurige aanblik. Vele caravans, campers en tentjes, al dan niet voorzien van grote plastic zeilen, staan er hulpeloos en troosteloos bij.
Getverdekkie! De eerste stap uit de auto levert al een kletsnatte sok en een portie modder tot aan de knieën op. Tja, niet zeiken, we zijn nu eenmaal niet op Highlands en bovendien zijn wij bluesvolk niet van suiker …. (kuch). Er zal ongetwijfeld nog wel een litertje blubber bij komen dit weekend en dat spoelen we wel weer schoon met het een of ander.
Toch heeft Bluesman.nl-personeel dit jaar eieren voor zijn geld gekozen en de gebruikelijke bijzettentjes uit voorzorg thuis gelaten. De slanke en lenige marathonloper Bouke had in foetushouding nog een slaapplaats kunnen creëren in zijn LBBB-bus, terwijl ik zelf met hulp van mijn Bluesrockpagina.nl-collega’s Ton & Babs op een droge plek bij m’n gezin in Weert kon worden gedropt.
Iets na 16:30 uur mag de Amerikaanse band Woodbrain het festival openen. De avond er voor had het gezelschap graag willen optreden in Cafe De Prins in Ospel, maar omdat The Veldman Brothers daar al op de planken stonden, kon die warming-up niet door gaan. Achteraf gezien had een optreden in kleinere setting waarschijnlijk beter bij de heren gepast, want ondanks de inbreng van ex-Thunderbirds en Rod Piazza-drummer Jimi Bott kunnen de Amerikanen geen potten breken op het grote podium. Het bandje enthousiastelingen is goed genoeg om eventjes een beetje sfeer in de tent te schoppen, maar helaas wordt het muzikaal geen enkel moment spannend.
In het Moulin Blues-cafe wordt het na afloop van Woodbrain wél spannend. The California Honeydrops zullen daar in twee sets van ongeveer een half uur hun kunsten gaan vertonen. De bezetting van The Honeydrops is het laatste jaar iets gewijzigd, want wasbordmuzikante en percussioniste Nansamba Ssensalo heeft plaats gemaakt voor saxofonist Johnny Bones en Seth Ford-Young (bassist van onder andere Tom Waits).
Grote smaakmaker van het gezelschap is nog steeds de Pool Lech Wierzinsky, die met zijn vrolijke uiterlijk en zijn puike stemgeluid de zieltjes uit het publiek wint.
Ondanks een tamme start, begint na een klein kwartiertje de stemming er flink in te komen bij de voormalige straatmuzikanten. Met een paar swingende Ray Charles krakers in het repertoire staat de tent al snel op zijn kop en heeft Moulin Blues vóór het avondeten de eerste feestband al te pakken. Bijzonder bandje! Kwalitatief prima, leuk om naar te kijken en met hun New Orleans stijl gemixt met een flinke portie Roots en Soul een gaaf bandje om op een festival als deze tegen te komen.
Eric Lindell. Deze man maakte een paar alleraardigste soulvolle rootsbluesplaten en er werd dan ook door velen reikhalzend uitgekeken naar de set van Eric Lindell. Gezegend met een heerlijke stem, speelt Lindell een gedegen set met kwaliteits rootsmuziek naar de finish. Blues, soul, beetje funky hier en daar, heerlijk relaxte mix van allerlei lekkers. Persoonlijk had ik gehoopt dat de liveshow van de band wat meer zou spetteren, maar desondanks een van de kwalitatieve hoogtepunten.
Na Eric Lindell is het in de grote tent de beurt aan de Ierse dame Imelda May. Wij heren zijn het er al snel over eens dat het hier een ‘donders lekker wijf’ betreft. In nettere bewoordingen bedoelen we eigenlijk dat deze aantrekkelijke jongedame ‘de zonde’ best wel waard is. Prettige bijkomstigheid is dat ze ook nog alleraardigst kan zingen en een prima fifties rockabilly performance kan neerzetten. Uiteraard horen we het nodige werk van haar debuutalbum ‘Tattoo’, maar laat Miss May wel zoveel mogelijk de ballads van dat album achterwege. Verstandig besluit van de dame, want anders had het nog wel eens een slaapwekkende vertoning kunnen worden. Met Willie Dixon’s ‘My Babe’ probeert Imelda het voltallige bluespubliek nog in te pakken, maar ondanks de leuke uitvoering en de geweldige ondersteuning van haar begeleidingsband is een uur lang Imelda May ruimschoots voldoende.
Een snel rijzende ster aan de andere kant van het grote water is Mike Zito. In Ospel speelde de band de afsluiter van hun Europese tour. Daags voor de show in Ospel ontving Zito bij de jaarlijkse Blues Music Awards, de prijs voor de beste bluessong van het jaar. Dat nummer, 'Pearl River', speelde hij uiteraard ook tijdens zijn set en het is inderdaad geen onaardig deuntje. Maar Blues Song of the Year? ..... Nou nee. Het is een vrij strak en glad geheel wat de band laat zien en horen. 't Zit allemaal lekker in elkaar, maar als liefhebber van rauwe randjes en stomende en rammelende bandjes is deze wat gladde Amerikaanse sound toch niet helemaal aan mij besteed. En afsluiten met 'Hey Joe' van jeweetwelwie, heeft zo'n band toch niet nodig dunkt me. Prima versie hoor, maar je zou verwachten dat zo'n artiest zelf wel een passende afsluiter in huis heeft.
Op het kleinere podium van het Moulin Blues Café, een tent verderop, staat inmiddels Thomas Ford te spelen. Samen met de Dirty Harmonies heeft deze 'Adje' van de blues de sfeer er aardig in weten te krijgen. Misschien niet helemaal op het hoge niveau van veel andere bands op het Moulin Blues-affiche, maar een aardig bandje is het zeker. Het is een bont gezelschap van muzikanten, waaronder een zangeres met een gave stem en een uitstraling van een willekeurige traag groeiende groente en de al eerder genoemde assistent van Paul de Leeuw. Leuk intermezzo, dat is zeker..
Eli ‘Paperboy’ Reed is een van de grote namen op de Moulin Blues affiche en dat dit terecht is, blijkt wel uit de anderhalf uur durende spetterende show die de soulman pûr sang ons voorschotelt. Reed haalt met een flinke portie opspattend zweet alles uit de kast met een typisch Amerikaanse act. Een drietal uitstekende zwarte blazers en een zwarte ritmesectie maken het soul gevoel á la Wilson Picket helemaal compleet. Nee, de blues is inderdaad heel ver te zoeken, maar het publiek wordt wel vermaakt en getuige de dansende massa in frontstage is Reed een feestje om de vingers bij af te likken.
Als Reed tegen het eind van de gig nog een flink blik dames het podium opsleurt, is het helemaal party-time. Eigenlijk is het optreden van Reed slotact-waardig, maar ja, we krijgen straks nog een oerhollands toetje in Big Blind.
21 Boek’t Blues. Beetje vreemde programmering op een kwaliteitsfestival als Moulin Blues. En hoewel in deze gelegenheidsband onder andere Stefan Hermsen (Electrophonics) de bluesharp bespeelt, is het een band die waarschijnlijk vooral bij de inheemse bevolking van de gemeente Nederweert in de smaak zal vallen. En hoewel de burgervader van deze gemeenschap erg sympathiek op me overkomt, verlaat ik van schrik de tent als de man Kansas City gaat staan te ehh... vertolken. Prima muzikanten (bijna) allemaal, maar deze act veroorzaakte niet meer dan een lichte glimlach...
Met alle acht de handen grepen de heren van Big Blind de droomkans aan om de vrijdag van Moulin Blues 2010 op het hoofdpodium af te mogen sluiten. Wegens het uitvallen van 'Los Lonely Boys' moest het programma kort voor het festivalweekend nog even op de schop. Maar hulde aan de Ospelse organisatie om de vervangers in Nederland te gaan zoeken. Met het Noordwijkse Big Blind als toch wel verrassend resultaat. Zo lang bestaat het bandje immers nog niet, maar de reputatie en ervaring van deze club is in korte tijd zo stevig gefundeerd, dat het er natuurlijk wel een keer aan zat te komen.
Zichtbaar onder de indruk van het besef dat ze op een wel erg lekker plekje stonden te spelen, piekten de mannen volle bak en kregen meteen vanaf het begin het publiek mee in een vette set. Met een overtuigende hoofdrol voor gitarist JJ van Duijn op een mooie LP Goldtop, super gespeeld en amper te stoppen. Zanger/harpist Wesley kan goed uit de voeten op zo'n groot podium en ook hij stak zijn euforie niet onder stoelen of banken en bedankte zo ongeveer alles wat los en vast zat voor deze mooie kans. Enthousiast als altijd, straalde bassist Dirk van Duijn zich door de zenuwen en dronk van pure blijdschap tegen het einde van de set bijna een halve fles Jack Daniels leeg. Drummer Niels knalde vet drumwerk de tent in en stapte na afloop met de handen vol blaren maar erg voldaan van het podium.
Een hele dikke pluim voor de Noordwijkers, die met dit optreden de oorspronkelijk geboekte 'Los Lonely Boys' heel snel deden vergeten. Kicken!!
Zaterdag.
Gelukkig! Het is droog! Een prettige bijkomstigheid waar van meet af aan gretig gebruik van wordt gemaakt. Waar op vrijdagavond iedereen nog noodgedwongen een plaatsje had moeten zoeken in een van de beide tenten, treffen we nu gelukkig ook nog bezoekers aan op het buitenterrein. Gelukkig voor de verkopers bij de marktkramen, want ik kan me niet voorstellen dat ze op de druilerige vrijdagavond goede zaken hebben gedaan. Zelfs de Peruaanse zonnebrillen verkoper staat met een opgewekt gezicht voor z’n koopwaar de allereerste nep-Oakley aan ‘de blonde vrouw’ te brengen.
Slaapzakken en luchtbedjes hangen te drogen over de in elkaar geknutselde waslijntjes, terwijl The Rhythm Chiefs om 12:00 uur het startsein mogen geven voor de tweede en altijd pittigste dag van het Moulin Blues festival.
Ik heb geen idee hoe het met de zenuwen van Dusty en zijn vrienden is gesteld. Het trio oogt in elk geval ontspannen, maar ik had dan ook al geruchten gehoord over in Cognac gedoopte biskwietjes om de aangespannen spieren een beetje los te weken.
Spanningen of niet, na tien minuten zijn de vingers hoorbaar los en laten we de eerste schoonheidsfoutjes voor wat ze zijn. Een optreden op Moulin Blues is een gelegenheid die je met beide handen moet aangrijpen en The Chiefs beseffen uiteraard dat het nu even menens is op de planken in Ospel. Wat is het jammer dat Dave Gonzalez van The Paladins nog niet is gesignaleerd, want dan had de weergaloos spelende Dusty ongetwijfeld op een uitnodiging kunnen rekenen, om later op de dag nog een keer op te draven tijdens de Paladins-gig.
Het publiek krijgt overigens nog wel een mooi staaltje vriendschap tussen de Chiefs en Big Blind voorgeschoteld. De hele Big Blind-clan staat met de neus voor aan het podium en gitarist JJ en Wesley staan uiteraard te trappelen om samen met The Chiefs hun kunsten te mogen vertonen. Respect Heren met een hele dikke vette hoofdletter!! Dit is een vorm van bluesverbroedering van een uitzonderlijk hoog niveau!
Als opener van het Moulin Blues Café op de zaterdag nóg een invalband die waarschijnlijk niet erg lang na hoefde te denken over het verzoek van de organisatie. De nieuwe Nederlandse rootsbluesband van Richard van Bergen, 'Rootbag', imponeerde vanaf de eerste noten. Samen met bassist Dick Wagensveld en drummer JJ Goossens, werkte de meestergitarist zich door een aantal erg gave en lekker rauwe eigen nummers, afgewisseld met hier en daar wat luchtiger werk. Indrukwekkend, zeker als je hoort dat het hier om de vierde gig van het trio gaat!
Vervolgens is het in de grote tent de beurt aan Tjorborn Risager. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet koud of warm ben geworden van het laatste Risager album ‘Track Record’. Op het podium is de Deen met zijn strakke begeleidingsband toch een uiterst prettige act om naar te kijken. Muzikaal is het oerdegelijk en redelijk gevarieerd met uitstekend blazerswerk en een goede zang van Risager himself. Het optreden van een uur is precies goed! Langer had het niet moeten duren, maar dat is op Moulin Blues dan ook bijna niet aan de orde.
Op het hoofdpodium nu de Delta Groove-act 'The Insomniacs'. Het is voor het eerst dat deze band Europa bezoekt en Ospel heeft dus de eer om eens nader kennis te maken met de swing-, en jumpblues van deze West Coast band uit Portland USA. Zanger/gitarist Vyasa Dodson is de 'pretty guy' die behoorlijk weet te imponeren met stijlvol gitaarspel. Geen knallende bak herrie de tent in, maar veel subtiele en sfeervolle swingblues. Het publiek in de grote tent lijkt het wel te kunnen waarderen, maar het dak gaat er niet af. Hoeft ook eigenlijk niet, want voor de liefhebbers is dit duidelijk smullen en de adepten van wat zwaarder geschut halen nog maar eens een biertje. Gave band, die ik liever eens in een iets kleinere clubsetting zou willen zien.
Het Nederlandse Coolbuzz Records bracht vorig jaar een cd uit van een wat aparte muzikant uit Zweden. Daniel Norgren. Een plaat met een erg fijne basic benadering van de blues- en rootsmuziek. In z'n eentje speelt de man gitaar, drums en bluesharp en zingt daarbij ook nog eens op zeer passende wijze. In Ospel had deze Daniel Norgren een extra bassist meegenomen om zijn sound wat meer body te geven. Met heerlijk rauwe blues en een sympathieke uitstraling pakte het duo de volgestroomde kleine tent vrij gemakkelijk in. De twee sets van de heren behoorden uiteindelijk tot het handjevol echte hoogtepunten van het festival. Knap gedaan!
Alleen al de verschijning van de frontman, maakt van de show van Rick Estrin & the Nightcats een mooi schouwspel om naar te kijken. Estrin is eigenlijk het best te omschrijven als een soort karikatuur van zichzelf; groot hoofd met grote bril op een behoorlijk aanwezige neus en dat alles geplaatst op een niet al te groot lichaam. Een prachtige verschijning, maar gelukkig heeft de man nog meer te bieden. Aangekondigd door presentator Gerry Jungen als een van de grootste bluesharpspelers van deze tijd, trekt Estrin dan ook meteen alle registers open op zijn instrument. En wat daar dan uitkomt is erg aangenaam om naar te luisteren. Stevige harmonicablues, aangevuld met het gave gitaarwerk van Kid Andersen. De heren hebben duidelijk in de gaten dat naast het spelen van puike muziek, de uitstraling van de band erg belangrijk is. De heren zijn lekker aanwezig op het podium en houden moeiteloos de aandacht vast van het enthousiaste publiek in de grote tent. Showtime op hoog niveau!
Dirty Sweet is na een jaar afwezigheid weer terug op Ospelse bodem. Twee jaren geleden lieten de Amerikaanse Southern-Rock muzikanten een uitstekende indruk achter op Moulin Blues en was de wens bij het publiek om de mannen uit San Diego op een later tijdstip nog eens een keer op de Ospelse planken te zetten, erg groot. Met veel bombarie en geluidseffecten uit de film ‘Once Upon A Time In The West’ bouwt Dirty Sweet langzaam de spanning op om met ‘Born To Bleed’ van het nieuwe album ‘American Spiritual’ de tent te laten uitschudden. Echte spannende individuele momenten horen we eigenlijk niet terug tijdens het optreden van de Amerikanen en is het de prettige zang Ryan Koontz waar de band volledige op leunt. Aardig optreden voor de Rockfans en voor de bluespuristen een mooie gelegenheid om de eettent te vereren met een bezoek.
Inmiddels lopen de programma’s in de grote tent en het Moulin Blues cafe al lang niet synchroon meer met elkaar en wordt het kiezen tussen twee gelijktijdig spelende bands.
In het Moulin Bluescafe spelen de kleinzoon van R.L. Burnside (Cedric) en Lightin’ Malcolm gepaard met een flinke portie decibels hun Mississippi Blues. Ondanks dat we hier met een duo te maken hebben, creëert het gezelschap een behoorlijke muur van geluid, waarbij van het begin tot het einde op het randje wordt gespeeld. Muzikaal is het niet hoogstaand, de zang van Malcolm is ronduit zwak, maar toch hebben de heren zo’n meeslepende groove, dat menig liefhebber zichtbaar genietend op de dansvloer uit zijn bol gaat. Het Mississippi bluesgenre van Burnside en Malcolm is dan wel vrij rommelig met bij vlagen behoorlijk ongecoördineerd drumwerk, maar deze typische Deltasound, waar de invloeden van opa en ook The Black Keys goed hoorbaar zijn is zeker de moeite waard.
In de grote tent is het blues van een totaal ander kaliber. Nette-heren-Chicagoblues! Een aantal gerenommeerde muzikanten met goed geknipte koppies en sikken, eigentijdse kostuums en een muzikale ervaring van Ospel tot Chicago. Randy Chortkoff, Frank Goldwasser, Jimi Bott, Willie J. Campbell, ‘Chicago’ Bobby Jones, Finis Tasby en Kirk Fletcher oftewel The New Mannish Boys.
Twee jaren geleden was hetzelfde gezelschap samen met The Delta Groove All-Star Blues Revue in Ospel en lieten toen met onder andere Kid Ramos in de gelederen een flink staaltje muzikaal vernuft horen.
De sfeer in de band is uitstekend en de heren Goldwasser en Fletcher krijgen ombeurten de gelegenheid om het publiek te vermaken met fantastisch gitaarwerk. Vooral ‘Big’ Kirk Fletcher haalt onverstoorbaar en zonder enige gezichtsuitdrukking schitterende licks uit zijn plank en voor mij persoonlijk is het gitaarwerk van de beide heren het hoogtepunt van deze Mannish Boys-gig.
Het zanggedeelte van Bobby Jones is uiterst acceptabel, maar de onverstaanbare Finis Tasby loopt voor mijn gevoel behoorlijk op z’n eind. Een meerwaarde heeft de zeventig jarige zanger in elk geval niet.
Aan het eind van de gig komt er dan toch weer een gevoel van nationale trots bovenborrelen als onze eigen Pieter van der Pluijm het podium beklimt. Gaaf Pieter, om deelnemer te zijn in dit gezelschap op zowel cd als podium!!
The Paladins. Voor velen het absolute hoogtepunt van deze editie van Moulin Blues. De heren Gonzales, Yearsley en Fahey, spelen een soort reünie-tour van een band die eigenlijk nooit echt gestopt is. Andere projecten namen simpelweg steeds meer tijd van de heren. Gitarist Dave Gonzales speelde onder ander veel met 'zijn' Hacienda Brothers en timmert momenteel behoorlijk aan de weg met de 'Stone River Boys'. Drummer Brian Fahey zagen we vorig jaar nog in Ospel met de 'Cadillac Angels' en dat was misschien ook wel een aanzetje voor een reünie van The Paladins op het 25-jarig jubileum van Moulin Blues.
Voor de vierde keer dus in Ospel, The Paladins. Nog steeds een legendarische vintage honky-tonk rock-a-billyband met een behoorlijke voet in de blues. En nog steeds behoorlijk vol met energie. Bassist Thomas Yearsley oogt misschien wat vermoeid, maar gaat af en toe helemaal los op zijn grote bas en krijgt het publiek daarmee op de banken. Drummer Brian Fahey zit als een soort stille kracht wat op de achtergrond, maar vuurt onafgebroken dikke grooves en shuffles op de menigte af. Toch is er maar een man die voor het grootste deel verantwoordelijk is voor het typische Paladins-geluid. De gitaarstijl van zanger/gitarist/oprichter Dave Gonzales is herkenbaar uit duizenden en het is een genot om de man live aan het werk te zien. Bepaald geen gitaarvirtuoos die met 753 noten per minuut over de hals van zijn gitaar sjeest. Het zijn vooral de sterke riffs, prachtige gitaartone en kenmerkende solo's die de liefhebbers laten smullen van al dat moois.
Los van de vele aanwezige Paladins-fans, kon het overige aanwezige publiek de band duidelijk zeer waarderen. Het dak gaat dan ook behoorlijk van de tent als de heren bekende klassiekers uit het verleden ten gehore brengen.
Tot slot worden collega's Rick Estrin en Kirk Fletcher (soort 'Artist in Residence' van de zaterdag; hij speelde achtereenvolgens met the Mannish Boys, The Paladins en later ook nog met Johnny Mastro & Mama's Boys) nog even op het podium geroepen om wat deuntjes mee te spelen. Uiteraard doen de heren nog een toegift om daarna zelf ook zichtbaar voldaan en opgetogen het podium weer te verlaten. Leuk man zo'n reünie! Je zag het ze denken...
Het slotakkoord is weggelegd voor Johnny Mastro & Mama’s Boys. Ook in Mama’s Boys enkele podiumwisselingen ten opzichte van de vorige tour. Gino Matteo heeft de band verlaten en ook gelegenheids bassist en mijn borrelmaatje Paulie Loranger is niet (meer) van de partij bij de Boys. Drummer Jimmy Goodall heeft zijn lipjes wel weer van een mooi kleurtje voorzien en de neus weer gepoederd. Ik ben benieuwd wanneer Jimmy’s eerste arm afbreekt, want de extravagante drummer krijgt steeds minder vet op de botten.
Gitarist ‘Smokehouse Brown’ is tegenwoordig de leadgitarist en krijgt op het nieuwe album ‘Beautiful Chaos’ gezelschap van Kirk Fletcher.
Ook op het podium komt Fletcher vanavond Mama’s Boys versterken. Of Johnny Mastro geschikt is om het Moulin Blues festival af te sluiten laat ik maar in het midden. Persoonlijk had ik dit gezelschap liever iets eerder op de avond gezien met hun bijtijds zwaarmoedige en lijzige blues. Toch sukkelt de sfeer in de grote tent geen moment in bij het publiek dat in grote getale in de tent blijft plakken.
Op driekwart van Johnny’s optreden houden we het voor gezien. Hoofd, schouder, knie en teen beginnen na een marathondag van een kleine 14 uren muziek tegen te sputteren. Onder de prachtige klanken van ‘Shades Of Grey’ van het laatste Beautiful Chaos proberen we de auto terug te vinden op de immense parkeerruimte achter de tent.
Diverse bezoekers waggelen dan al richting hun onderkomen op de blubbercamping. De anti-vries heeft zijn werk vast wel gedaan om opnieuw een frisse nacht door te komen. Ook uit de grote tipi kringelt de witte rook al weer omhoog. De vredespijpen en de meegebrachte versterkers wachten in de grote indianentent op de eerste pluggen. Het zal ongetwijfeld nog een gezellig en langdurig feestje worden op de camping.






















