Zoetermeer en ik liggen elkaar blijkbaar wel. Ik kom al enkele jaren met regelmaat naar het lokale bluesfestival en waai af en toe ook eens aan in De Boerderij en voor zover ik mij kan herinneren is het er altijd warm en zonnig. Dit is in Zoetermeer overigens niet altijd een onverdeeld genoegen, want de diverse podia liggen vrij ver uit elkaar, dus er wordt wat afgelopen.
Het zijn eigenlijk twee festivals, één in het Stadhart en één in de Molenstraat en wil je het festival nog enigszins relaxed beleven, dan moet je eigenlijk kiezen voor één van deze lokaties. Voordeel is dat je de bands wat uitgebreider aan het werk kan zien, nadeel … je mist zoveel moois.
Ik had besloten dit jaar te beginnen in het Stadshart en te eindigen in de Dorpstraat.
Om half twee was de aftrap op het grote podium in het Stadshart met Mariëlla Tirotto & the Blues Federation. Drummer John Kakiay blijkt behalve over een vaste hand en strak ritmegevoel ook over een prima geheugen te beschikken, want hij wees me erop dat ik ze voor het laatst op de CD presentatie aan het werk had gezien. Het begon in mijn ogen met een wat tamme versie van ‘Room To Move’, hoewel dat meer aan het geluid lag, dan aan de band. Vervolgens veel werk van de CD ‘Somewhere Down The Road’, aangevuld met enkele covers, waaronder een sterke uitvoering van David Gogo’s ‘Gunslinger’, een nummer dat ik zelf Gogo nog niet live heb zien doen. De Canadees kan tevreden zijn over deze uitvoering.
De klanken van de band, een mengeling van blues, funk, rock, jazz en latin en de zwoele stem van Mariëlla waren de perfecte mix om deze zonnige dag te openen.
En tevens bijna het einde van mijn bezoek aan het festival. Na afloop even een handje geholpen om wat spullen naar de auto te dragen en uitgerekend de ventilator van mevrouw Tirotto bezorgde mij wat overhittingsverschijnselen. Waarschijn een combinatie van hitte, slechte conditie en gebrek aan middageten. Maar goed, wij bluesmannen zijn die-hards en bij aanvang van de Little Boogie Boy Blues Band stonden we er weer. Hein Meijer met zijn drie begeleiders speelden een lekker setje ongecompliceerde Chicago-blues. Goed gespeeld, lekker gitaarwerk, sterk harmonica-spel, strakke ritmesectie en overtuigend gezongen. Geen wonder dat deze man ook in de Verenigde Staten een graag geziene gast is.
Daarna naar het podium van Café Hovestein aan de Dorpstraat, waar de Belg Howlin’ Bill met zijn band al bezig was. Onbegrijpelijk dat we deze band hier niet vaker tegengekomen. Een strakke band met sterke eigen nummers, een frontman met een volume, waarmee hij ook zonder microfoon duidelijk verstaanbaar was op het plein. Afsluitend met juweeltjes als ‘Second Hand Shoes’ en ‘When Hell Freezes Over’ maakten deze jongens er een feest van. Het enige waar Bill niet over te spreken was, was die felle hoofdspot, recht tegenover het podium (in Nederlands: de zon).
Vervolgens een deel meegepakt van de set van Cuban Heels op het Schoolplein. Net als je denkt dat deze band niet meer bestaat staan ze er weer en spelen ze als vanouds. Toch jammer dat de laatste CD ‘Gutbucket Music’ al weer uit 2006 dateert. Hoog tijd voor een nieuwe schijf, mannen. Maar het lekker rauwe compromis loze geluid van deze mannen staat nog steeds als een huis.
Terug naar Hovestein, waar King Mo weer een set speelde, waar de vonken vanaf vlogen. Gewoon anderhalf uur lekker spelen is de beste reclame voor deze band en er werden tijdens de show en na afloop weer de nodige CD-tjes aan de man gebracht. Ik heb nog geen zwak optreden van Phil, Colly, Sjors, Jules en Henk meegemaakt en ook nu weer top.
De Eelco Gelling Band was hierna aan de beurt en deze voornamelijk Gorinchemse band weet als geen ander in Nederland een lekker lui New Orleans geluid neer te zetten. Altijd lekker om naar te luisteren, de nummers worden altijd weer net iets anders gespeeld, maar toch zou een aantal nieuwe nummers op de setlist geen kwaad kunnen. Hiermee zat mijn rondje er bijna op. Terug naar het Stadshart nog even (te kort) geluisterd, naar Blues Lee, ook al zo’n lekkere Belgische band.
Ik wilde nog even naar de andere kan van het centrum om de Bluescollectors op te zoeken.
Deze band komt uit mijn geboorteplaats Leerdam en de leden spelen al weer heel wat jaartjes samen. Heb de mannen vaak zien spelen, maar nog nooit in deze bezetting
Ze hebben inderdaad een leuke selectie songs verzamelend en brengen deze met veel plezier en op uitstekende wijze. Onder de klanken van een lekkere stevige versie van ‘Wang Dang Doodle’ ben ik uiteindelijk de auto uit de parkeergarage gehaald om toch nog even richting Dorpstraat te rijden om als afsluiter Dede Priest en haar band te zien. Als vanouds Jody van Ooijen op drums (pa Van Ooijen even daarvoor al bezig gezien achter de trommels bij de Bluescollectors) en Roelof Klein op bas, weer eens met Guitar Ray op gitaar en een invaltoetsenist, waarvan ik de naam helaas ben vergeten. Dede oogde jonger en ondeugendere als ooit en ook hier spatte het spelplezier er vanaf.
Het meeste materiaal van de CD kwam voorbij, aangevuld met wat werkjes van ondermeer Freddie King en James Brown kregen we een lekker set voorgeschoteld en ook hier weer die prima combinatie van blues, jazz en funk met nog wat gospel. De invaltoetsenist klonk, alsof hij al jaren in deze band speelt. Er was veel interactie met het publiek. Na twee toegiften was het ook hier voorbij en eigenlijk tijd voor de kroegentocht, maar deze hebben we maar even laten schieten. Na de Italiaanse toernee in juli aanstaande gaat de band de studio in om de opvolgen van ‘Candy Moon’ op te nemen.
Gezegd moet worden dat het voor alle drie de hoofdpodia behoorlijk druk was en dat, zeker in combinatie met het schitterde weer, de blues in Zoetermeer in ieder geval volop leeft. Dus gewoon door naar de 19e editie.






















