Op vrijdagmiddag 4 mei was ik rond een uur of vier al in Ospel (of eigenlijk Ospeldijk), want Ospel zelf ligt een paar kilometer verder op. Op het festivalterrein worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de 22e editie van het Moulin Blues Festival. De vrijwilligers krijgen allemaal een rood shirtje uitgereikt en ontvangen de laatste instructies van hun supervisors om twee dagen lang alles in goede banen te leiden.
De marktkooplieden hebben hun spulletjes met bluesartikelen, legerkleding, cd’s, zonnebrillen en de wereld aan sieraden uitgestald en de knopjes van de frituurpannen in de grote eettent zijn inmiddels aangezet.
Omdat ik de allereerste bezoeker op het grote terrein ben ontvang ik van de vriendelijke toiletjuffrouw een tegoedbon voor 1 keer gratis plassen. Kijk, daar heb je in elk geval iets aan. Mevrouw had waarschijnlijk mijn gele backstage polsbandje nog niet gezien, want dan had ze waarschijnlijk wel kunnen weten dat ik voor de hele hoge nood wel in de gelukkige omstandigheid zou zijn om kosteloos van mijn ongemak af te komen.
Rond zes uur gaan de hekken open en nestelen de eerste bezoekers zich vooraan het grote podium.
Na de aankondiging door Gerry Jungen van Arrow Rock, mag de Texaan Chris Zalez de spits afbijten.
Het optreden van Zalez begint heel aardig. Zijn Texas-shuffle sound is niet hoogstaand, maar in elk geval wel lekker om de avond mee te beginnen. Na pakweg 20 minuten wordt er een accordeonspeler van stal gehaald en verandert de lekkere Texas-shuffle sound in Cajun en Zydeco. Dit vrolijke genre is niet aan mij besteedt en voor mijn gevoel ook veel te vroeg op de avond. Veel bezoekers denken daar heel anders over en de stemming zit er dan ook al vroeg in.
Op de website van Moulin Blues waren de bezoekers er al even aan herinnert dat er stil zou worden gestaan bij de oorlogslachtoffers uit de 2e Wereldoorlog en onder leiding van presentator Gerry Jungen was de 1 minuut stilte werkelijk een adembenemende aangelegenheid.
Na de minuut absolute stilte in de grote tent mag als tweede band Danny Bryant’s Redeyeband zijn kunsten vertonen. Danny ken ik eigenlijk als een jongen die aan het begin van zijn optreden altijd eerst even de kat uit de boom kijkt, maar ditmaal gaat de jonge Brit vanaf de allereerste noot helemaal los. Bryant weet zelf ook maar al te goed dat hij door veel bluesrockliefhebbers en puristen beschouwt wordt als een kloon van Walter Trout en daar schaamt hij zich dan ook ook geen moment voor. Hoewel ik absoluut geen echte bluesrockfan ben, kan ik Danny Bryant’s performance altijd uitstekend pruimen en dat is deze keer niet anders.
Nummer drie in de rij op vrijdagavond is Los Lobos. Over deze Latijns-Amerikaanse band zijn de meningen vooraf behoorlijk verdeeld. Of je vindt het prachtig of je vindt het helemaal niks. Ik moet mezelf toch onder de laatste categorie plaatsen. Hoewel Los Lobos meer blues in zich heeft dan ik had verwacht is het op een enkele flink uitgesponnen gitaarsolo na behoorlijk recht-toe-recht-aan wat de ervaren rotten laten horen. Aan het eind van de set wordt het dansende publiek toegelaten op het podium om Los Lobos tijdens hun grootste hit tot nu toe ‘La Bamba’ te ondersteunen. Het verhoogt wel de feestvreugde, maar muzikaal wordt het er in elk geval niet beter op.
De afsluiter op de vrijdagavond zijn Rod Piazza & The Mighty Flyers. Na een hoop gemorrel met het keyboard van Rod’s echtgenote ‘Honey’ begint Piazza’s optreden al veel later dan gepland.
Ondanks dat Rod Piazza alle registers opentrekt om het publiek zoveel mogelijk te entertainen is het muzikaal gebodene erg gepolijst en vlak. Piazza heeft een prima stem, zijn bluesharptechniek is bijzonder hoogstaand, maar er zit voor mijn gevoel veel te weinig emotie in zijn jump-westcoast en Chigagoblues.
Aan het eind van de vrijdagavond moet ik helaas voor mijzelf concluderen dat dag 1 voor mij niet helemaal gebracht heeft wat ik er van had verwacht. Jammer en hopelijk wordt er op zaterdag uit een ander vaatje getapt.
Na een veel te korte nacht en een barstende koppijn lukt het me gelukkig toch om precies op tijd bij de opener van de zaterdag ‘The Electrophonics’ te verschijnen.
Een betere opener voor dag 2 is eigenlijk niet denkbaar en al swingend verdwijnen de vermoeide benen en mijn hoofdpijn als sneeuw voor de zon. Hun podiumpresentatie en hun westcoast swing gaan er in als koek en ook muzikaal zit hun show perfect in elkaar. Fantastisch! Dit is genieten en dat belooft in elk geval wat voor de rest van de dag.
Veel gelegenheid om bij te komen is er niet, want na The Electrophonics mag Scott Mckeon laten zien wat hij in huis heeft. Scott is pas 20 dus een gebrek aan podiumervaring kun je hem eigenlijk niet kwalijk nemen. Ondanks dat hij zijn best doet door regelmatig de rand van het podium op te zoeken is er nauwelijk contact met het publiek en is zijn hele uitstraling nog erg jongensachtig.
Mckeon beschikt in ieder geval wel over een unieke gitaarsound door zijn zelf gefabriceerde FUZZ-pedal en doet me in de verte een beetje denken aan het gitaargeluid van Robin Trower en Mark Farner in zijn vroege Grand Funk Railroad periode. Ook zijn stemgeluid, hoewel nog tamelijk jongensachtig, blijft goed overeind. Al met al een heel aardig optreden en ik ben benieuwd hoe deze jongen over een jaar of vijf zal klinken.
Na het stevige geweld van Scott Mckeon is het de beurt aan James Harman en Gene Taylor. Het door Gerry Jungen aangekondige Bluesroyalty duo is misschien wel de enige echte blues die we dit weekend te horen krijgen. Harman’s stemgeluid is zo zwart als roet en ook zijn bluesharpwerk is fenomenaal. Het enige nadeel van deze swing piano blues is dat je er geen anderhalf uur naar moet luisteren, want dan begint de verveling toch enigszins toe te slaan. Het publiek denkt er waarschijnlijk hetzelfde over en veel mensen verdwijnen naar buiten om nog even lekker te genieten van het zonnetje en de zoveelste bak friet.
Volledig uitgerust na Harman & Taylor zijn we toe aan het powertrio van Rob Tognoni. In tegenstelling tot Scott Mckeon is Rob Tognoni wel in staat om heel snel een vonk op het publiek over te brengen. Hoewel ik zijn stem niet geweldig vind, compenseert hij dit manco ruimschoots met fantastisch gitaarwerk. Hoewel Tognoni zich alleen bedient van een basis met gitaar, bas en drums zet de Tasmanier naast een muur van geluid en een uistekende show neer. Zijn afsluiter ‘Hey Joe’ is een genot voor het oor en gelet op de reacties van het enthousiaste publiek krijgt dit optreden een dikke voldoende.
Degene die ikzelf maar een kleine voldoende kan meegeven zijn JJ Grey & MOFRO uit Californie. Een aantal weken geleden ben ik in het bezit gekomen van hun nieuwste album en dit is een schijfje die bijna onafgebroken in mijn cd-speler zit. Een prachtige soulvolle plaat met een fantastische stem van JJ Grey en mooie achtergrondkoortjes en een puik stukje koperblazerswerk.
Jammer genoeg wordt de cd sound op het podium bij lange na niet gehaald. De songs zijn prima, de ijzersterke stem ook, maar de extraatjes die hun cd zo bijzonder maken mis ik op het podium. Ook de uitstraling van de mannen vind ik erg matig en met name de gitarist zit als een zak zout en bijna onbeweeglijk op zijn klapstoel. Jammer. Slecht was het absoluut niet, maar ik had hier veel meer van verwacht.
We zitten al ruim over de helft van de dag als souldiva Bettye Lavette mag aantreden. Dit optreden van deze 62-jarige en superslanke dame zal me nog lang bijblijven. Wat een act. Superieur! Een stemgeluid die met gemak vergeleken kan worden met Aretha Franklin of Tina Turner. Er zijn zelfs mensen die met tranen in de ogen staan te genieten van deze show en ik ben zelf erg gelukkig dat ik Lavette op het Ribs en Blues festival in Raalte nog een keer mag bewonderen. Al met al 1 van de hoogtepunten van het weekend.
Meteen na Bettye Lavette verschijnt het volgende hoogtepunt. Bo Diddley. Zodra de bejaarde uitvinder van de zogenaamde junglerock het podium betreedt raak ik zelf al in een vorm van extase en gaan me alle haren op armen en benen kaarsrecht overeind staan. Als de hele tent luidkeels ‘Hey Bo Diddley’ begint mee te galmen heb ik het bijna niet meer. Wat geweldig om deze man nog eens te zien optreden. Uiteraard hoef je van Diddley zelf geen wonderen meer te verwachten, maar hij weet wel op zo’n bijzondere manier het publiek te bespelen dat het in de hele tent al snel naar een climax toe groeit. Prachtig en ik kan nog maar 1 ding zeggen: “Ik was er bij”.
Na Bo Diddley mag Cuban Heels het festival afsluiten. Ik heb een paar maanden geleden eens geschreven dat ik de jonge band liever in een cafe zie dan op een groot festival. Die mening trek ik bij deze weer in. Ik heb Jan Hidding en zijn vrienden nog nooit zo gepassioneerd zien spelen als vandaag op het Moulin Blues Festival. Na Bo Diddley had ik eigenlijk verwacht dat de tent na een erg lange dag langzaam leeg zou lopen. Niets is minder waar en het publiek krijgt in The Cuban Heels een zeer waardige afsluiter.
Zodra Jan Hidding ‘Don’t Leave Me’ de tent in buldert moet ik het toch voor gezien houden. De geest wil nog wel, maar het lichaam is na 13 uur muziek toch echt helemaal op.
Ik besluit mijn tegoedbon voor het gratis plassen nog even in te leveren bij de vriendelijke toiletjuffrouw. Het zijn hoofdzakelijk de dames die gebruik maken van de keurige toiletgroepen. De heren hebben al lang een goedkopere oplossing gekozen en hebben de omheining van het festivalterrein als een soort klaagmuur in beslag genomen.
De 22e editie van Moulin Blues was top. Het mooie weer werkte uiteraard ook aan alle kanten mee. De sfeer was perfect en de ruim zesduizend bezoekers zullen ongetwijfeld op een zeer geslaagd weekend terugkijken. Zoals zovele bluesfestivals kunnen we ook Moulin Blues al niet meer een echt bluesfestival noemen. Geen probleem lijkt me. Met een hele dag 12 maten muziek krijg je een tent waarschijnlijk ook niet meer vol.
Laatste reacties